Verpleegkundige Gerrit: 'Zoveel jonge mensen, van kop tot teen verbrand'

De Bijlmerramp en de Nieuwjaarsbrand in Volendam. Twee rampen met veel slachtoffers die in heel Nederland diepe indruk maakten. Gerrit Rottink (64) maakte beide rampen mee, als ambulanceverpleegkundige. "Iedereen vroeg zich af: waar blijven de gewonden?"

"Zondagavond 4 oktober 1992 zou ik eigenlijk vrij zijn. Maar ook toen al waren er personeelstekorten en dus werd ik alsnog ingepland. Studio Sport stond op toen het bericht kwam dat er een vliegtuig was neergestort in de Bijlmer. Vanuit de stad reden we ernaartoe. Ik herinner me een zee van blauw licht: politie, brandweer, ambulances, allemaal op weg naar de rampplek."

Witte pakken

"Je hebt hiervoor geleerd tijdens je opleiding: wat doe je tijdens rampen met veel slachtoffers? Je volgt de protocollen. In dit geval was ik 'eerste ambulance'. Dat betekent geen patiënten in je auto, maar coördineren, contact houden met de leidinggevenden van politie en brandweer en een gewondennest inrichten. Op een pad aan de zijkant van een van de flats hebben we lakens, brancards en medische spullen neergelegd. Ik had twee dozen met witte overalls die ik uitdeelde aan voorbijgangers die aangaven arts of verpleegkundige te zijn en te willen helpen. Geen idee of dat de witte pakken zijn waar men het over had, maar wat ik wel zeker weet is dat ik twintig witte pakken heb uitgedeeld die avond en nacht."

Zeventig ambulances

"De impact van de Bijlmerramp was gigantisch, maar wat we daar ter plaatse konden doen bleek peanuts. In het gewondennest hebben we nog geen tien mensen geholpen. Op een gegeven moment stonden er zo’n zeventig ambulances klaar, en iedereen vroeg zich af: waar blijven de gewonden? Je wacht. En wacht. Het was heel heftig en frustrerend tegelijk. Je ziet die flat en realiseert je dat daar dus niemand meer uitkomt. Die mensen zijn dood.

Rond 01:00 uur ben ik naar huis gereden. De volgende ochtend moest ik weer werken. Een bedrijfsopvangteam voor nazorg bestond nog niet. Een paar dagen later heb ik op tv bij Sonja Barend nog wat verteld over wat ik had gezien. Dat was het."

Volendam

"Volendam was in alle opzichten anders. In de Nieuwjaarsnacht van 2000 op 2001 werden in café Het Hemeltje honderden feestvierende jongeren verrast door een snel uitslaande brand. Wij waren aan het werk op Amsterdam CS toen de eerste melding binnenkwam. We beseften toen nog niet hoe erg het was.

Richting Volendam versperde ons plotseling een grote Mercedes de weg. 'U brengt nú mijn zoon naar het ziekenhuis!', riep de man. Zijn zoon had enkele brandwonden en hebben we naar het ziekenhuis in Purmerend vervoerd. Daar stonden overal gewonden op de Eerste Hulp. Alle kranen en tappunten waren bezet om brandwonden te koelen."

De heftigste littekens

"Wat later, in Volendam zelf, kregen we onderaan de dijk twee jongens in de auto. Vijftien en zestien jaar. Van kop tot teen verbrand. Je geeft een infuus. Zuurstof. Wat pijnstilling. Maar je weet: áls ze dit al overleven, komt het nooit meer goed. Dit worden de heftigste littekens. Of ze het hebben overleefd, weet ik niet. We hebben hen naar het AMC gebracht en zijn meteen teruggegaan naar Volendam.

Daar ben ik gaan helpen in een grote gewondentent, helemaal vol verbrande jonge mensen. Zo’n dertig, veertig. Mijn dochter had een van hen kunnen zijn, zij was zeventien destijds. Overal waren mensen in paniek, je hoorde geschreeuw en gekerm. De gewonden moesten naar het ziekenhuis, maar de vervoerscapaciteit was er gewoonweg niet. Samen met een collega en een ggd-arts probeerde ik het in goede banen te leiden: zorg leveren, gewonden vervoersklaar maken, mensen geruststellen: 'Het komt goed.'"

Machteloos

"Rond 04:00 uur werd er een stadsbus gecharterd die richting ziekenhuis zou rijden. Wat medische spullen erin en ik als enige hulpverlener met twintig gewonden mee. Machteloos, met alleen een paar ampullen pijnstilling. ‘Kan die bus geen 200 km/u rijden?’, dacht ik bij mezelf. Die nacht is de ergste die ik ooit heb meegemaakt als verpleegkundige.

Aan het einde van de dienst, rond 07:30 uur, kwam iedereen samen bij de GGD in Amsterdam. Een debriefing, toen wel. Iedereen praatte over zijn of haar ervaringen en er werd gehuild. Ja, ik brak toen ook. Nu voel ik de tranen weer. Ik ben blij dat je tegenwoordig mag praten over je emoties. Dat heb je nodig om dit soort dingen te kunnen verwerken.

Sinds een aantal jaar ben ik met functioneel leeftijdsontslag, een soort vroegpensioen voor zware functies. Ik heb een geweldige tijd gehad, ondanks alle ellende. Maar met rampen, zoals laatst met die Stint, sta ik altijd even extra stil bij de collega’s. Want die krijgen behoorlijk wat voor de kiezen."

Tekst: Angélique van Beers | Beeld: Milan Vermeulen

Cookiegebruik

Ik accepteer Nee, liever niet