Hoogleraar Hester: ‘Laat verpleegkundige die onderzoek doet ook aan bed staan’

Ooit begonnen als verpleegkundige is ze tegenwoordig hoogleraar Verplegingswetenschap aan het Radboudumc. Haar credo: weg met de onnodige handelingen en ingesleten gewoontes. Evidence-based werken, daar strijdt Hester Vermeulen (51) voor. “Zo maken we de zorg beter en professionaliseren we ons beroep.” In gesprek met een bevlogen hoogleraar.

Verpleegkundige handelingen die massaal verricht worden, maar eigenlijk overbodig zijn. Je hebt vast een paar voorbeelden paraat.
“Jazeker. Zo heb ik destijds geleerd dat je na een operatie elke dag een schone pleister op de wond moet plakken. Het afdekken van operatiewonden gebeurt nog steeds in de dagelijkse praktijk, terwijl onderzoek uitwijst dat dit helemaal niet leidt tot minder infecties of een snellere genezing. Intussen veroorzaakt het wel pijn bij de patiënt en kost het tijd en geld.

Een ander voorbeeld: verpleegkundigen staan nogal vaak in de zorg-stand waarbij ze dingen overnemen die de patiënt eigenlijk zelf zou kunnen. Denk aan stomazorg of het aantrekken van steunkousen. Het is beter als verpleegkundigen de tijd nemen om dit mensen zelf aan te leren. Ik vergelijk het wel eens met kinderen die hun veters moeten leren strikken. Dat kost tijd, maar levert wel meer zelfstandigheid en vrijheid op. Datzelfde geldt ook voor patiënten en cliënten.”

Dat klinkt een beetje als een bezuinigingsmaatregel…
“Dat krijg ik inderdaad weleens te horen, maar dat is nadrukkelijk niet het uitgangspunt. Ik wil de essentiële zorg die verpleegkundigen en verzorgenden elke dag geven evidence-based verbeteren, dus op basis van wetenschappelijk onderzoek. Vorig jaar zijn we zo tot een Beter Laten Lijst gekomen met 66 handelingen die wetenschappelijk bewezen geen zin hebben. De impact is groot als je die handelingen niet meer hoeft te verrichten. Je bespaart patiënten leed en als verpleegkundige tijd. Die kun je besteden aan taken die nu vaak blijven liggen, zoals praten met patiënten en hun familie.”

‘Ik mis ‘het wit’ om me heen’

Moet je verpleegkunde dan puur met een wetenschappelijke bril bekijken?
“Nee, uiteraard niet. Je combineert ervaring, wetenschap en de inbreng van de patiënt. Persoonsgericht werken is het uitgangspunt. Neem het voorbeeld van die operatiewond. Als een patiënt zo’n wond doodeng vindt en er niet naar durft te kijken, dan plak je natuurlijk gewoon een pleister. Ook al heeft het wetenschappelijk gezien geen toegevoegde waarde.”

Waar begon ooit die drive om elke handeling ter discussie te stellen? Of ben je gewoon eigenwijs en nieuwsgierig?
“Nieuwsgierig en eigenwijs ben ik zeker! In de jaren tachtig, negentig heb ik de opleiding tot A-verpleegkundige gedaan en daarna jarenlang op chirurgische afdelingen gewerkt. Al snel wilde ik meer uitdaging. Doorgroeien naar hoofdverpleegkundige paste niet bij me, studenten begeleiden wel. Dus volgde ik de lerarenopleiding Verpleegkunde. Daarna ben ik eigenlijk per ongeluk het onderzoeksveld ingerold. Ik werkte als onderzoeksassistent van een team chirurgen en zij stelden overal en altijd wetenschappelijke vragen bij. Over de beste operatietechnieken, over medicijnen rond een operatie… Daar werd het vuurtje aangewakkerd. Ik dacht: dat kan ik ook, maar dan op het vlak van verpleegkunde. Als je dan ontdekt dat bepaalde handelingen die je jarenlang zelf deed wetenschappelijk gezien onnodig of zelfs schadelijk zijn, dan ga je je ook vragen stellen bij andere handelingen.”

Je werkt nu alweer een tijd als hoogleraar. Mis je de zorg voor patiënten niet?
“Die mis ik enorm. Een arts kan patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs combineren. Maar een verpleegkundige moet een keuze maken tussen die drie. Daar breek ik echt een lans voor: laat een verpleegkundige die onderzoek doet, nou ook gewoon aan het bed staan of onderwijs geven. Dan ervaar je de problemen die je onderzoekt aan den lijve en richt je je op de meest relevante vragen. Wat je ontdekt, kun je zelf in de zorgpraktijk weer toepassen. Het maakt bovendien het verpleegkundig vak aantrekkelijker voor een langere carrière. Heel belangrijk gezien de huidige arbeidsproblematiek.”

Is jouw hoogleraarschap nu niet wat ver van het bed – letterlijk – van verpleegkundigen?
“Nou, ik ben een zeer aanraakbare hoogleraar (lacht). Ik kom uit het vak, spreek de taal, ken de mores. Bij afspraken ga ik naar verpleegkundigen toe en niet andersom, mijn lezingen zitten vol praktijkvoorbeelden en ik heb het over dingen die mensen elke dag meemaken. De praktische zorg en ‘het wit om me heen’ heb ik lang gemist. Maar in de positie van hoogleraar kan ik meer bereiken om de zorg en het verpleegkundig vak te verbeteren. Zie de Beter Laten Lijst, waar inmiddels veel ziekenhuizen en wijkzorgorganisaties mee aan de slag zijn gegaan. Daarnaast houd ik me bezig met thema’s als verpleegkundig leiderschap. Ik denk dat ik zo meer invloed heb, ook op jonge professionals.”

En er is nog veel werk aan de winkel?
“Zeer veel, de verplegingswetenschap is zo’n breed vakgebied. Ik ben ‘van iedereen’: verpleegkundigen in de neonatologie, de geriatrie, de ggz en noem maar op. Het is mijn grote hoop dat er in de toekomst meer en vooral gespecialiseerde leerstoelen komen, net als bij medisch specialisten. Een mooie investering in de opkomende generatie!"

Tekst: Angélique van Beers | Beeld: Frank Ruiter

Cookiegebruik

Ik accepteer Nee, liever niet