Verzorgende Joke: 'Verrassing! Vandaag gaan we allemaal een inco dragen'

Ze heeft echt hart voor de bewoners, verzorgende Joke Zoetemelk (47) die in het prachtige Kloosterverzorgingshuis Oud Bijdorp in Voorschoten werkt. Zelf ervaren wat bewoners voelen, maakt dat we nóg betere zorg kunnen verlenen, vindt ze. Daarom bedacht ze een uniek plan.

"'Verrassing! Vandaag gaan we allemaal een inco [incontinentiemateriaal, red.] dragen', zei ik tegen mijn collega’s. Ik deelde het materiaal aan iedereen uit, ook aan de teamleider en de zorgmanager – al vond ik dat best spannend. De zorgmanager zei: 'Eh, ik heb twee sollicitanten vandaag en een strak jurkje aan, straks zien ze het.' Maar dat ongemakkelijke was natuurlijk juist de bedoeling. Alleen zo kunnen we begrijpen hoe het voelt voor onze bewoners om dat materiaal te dragen. Zij zijn net zo goed bang dat een ander het ziet of ruikt.

Toen ik terugkwam na 24 uur in de Participatiekliniek van V&VN in Megen, waar je kunt ervaren hoe het is om oud en afhankelijk van zorg te zijn, stond ik te popelen om alles wat ik daar had ervaren, door te geven aan mijn collega’s. Het verblijf was echt een eyeopener voor me. Het is zo leerzaam om dingen zelf mee te maken, vooral het gevoel van afhankelijk zijn. Je bent je soms niet bewust van dingen die je doet rondom de zorg voor cliënten. Zo goed om daar eens bij stil te staan."

Plassen in een inco

"Ik trok dus de stoute schoenen aan en overviel mijn collega’s met het inco-materiaal. Ze reageerden gelukkig heel positief. De bewoners ook – die vonden het prachtig dat we dit deden.

Confronterend was het wel, zo’n inco-broek. Het voelde warm en erin plassen bleek bijna niet te doen. Er zit blijkbaar een soort blokkade in je hersenen die je daarbij tegenhoudt. Het lukte me pas toen ik boven de wc ging hangen. De meeste collega’s kregen het helemaal niet voor elkaar, zij bleven de hele dag rondlopen met een volle blaas. Een stagiaire durfde het aan en plaste er wel in. Zij bleef de inco daarna dragen om te merken hoe dat is en om de angst te voelen dat een ander je misschien ruikt. Heel knap van haar.

Het was een leerzame dag. Achteraf beseften we dat we te makkelijk tegen een cliënt zeggen: plas maar even in de broek, we verschonen later wel – bijvoorbeeld als iemand net naar de wc is geweest. Maar dat 'in de broek plassen' blijkt dus niet zo eenvoudig. En wat is er mis mee om nog een keer met iemand naar de wc te gaan?"

Appelmoes met pillen

"Ik ben heel blij dat ik de kans kreeg om in de Participatiekliniek te logeren. Daarna snap je nog beter hoe het is om oud en zorgafhankelijk te zijn. Wie wordt opgenomen in een zorginstelling moet veel inleveren, zoals de vertrouwde omgeving en het samenwonen met je partner. Je komt soms in een groep terecht met mensen die misschien helemaal niet je type zijn. En dan lopen verzorgenden vaak zomaar je kamer binnen. Ook in de Participatiekliniek kwamen ze ’s nachts langs om te checken of we droog waren. Dat vond ik spannend en best een inbreuk op mijn privacy; hoe laat zouden ze komen, hoe lig ik erbij? En ’s ochtends werden we gewekt met appelmoes waar een paar pillen doorheen waren geroerd. Voor we het wisten, werd die appelmoes in onze mond gestopt. Dat voelde echt vervelend.

'Een cliënt ziet niet altijd wie er binnenkomt'

Om mijn collega’s ook meer inzicht te geven, ben ik na de Participatiekliniek presentaties gaan geven, soms met mantelzorgers en vrijwilligers erbij. Het zijn meestal kleine dingen die erin gesleten zijn, leg ik tijdens zo’n presentatie uit. Door je daarvan bewust te zijn, kun je best iets veranderen. Als je pieper gaat, zeg je bijvoorbeeld vaak: 'Ik kom zo'. Maar wat bedoel je met 'zo'? Dat je er meteen aankomt of pas over een kwartier? Tegenwoordig zeg ik: 'Ik kom nu' of 'Ik ben over vijf minuten bij u'. En als ik aan de deur klop, zeg ik nu mijn naam, want een cliënt ziet niet altijd wie er binnenkomt."

Troostende hand

"Jeuktaal, nog zoiets. 'We gaan zo douchen' in plaats van 'Ik ga u zo douchen', 'Even een slab omdoen' in plaats van 'Even een servet omdoen'. We gebruiken ook te veel verkleinwoorden en praten weleens over het hoofd van een oudere heen. Uit respect voor hen moeten we beter nadenken over wat we zeggen. Ook onderling. We gillen bijvoorbeeld niet meer over de gang 'tot morgen!' naar elkaar. Dat helpt: ik merk dat de mensen veel rustiger zijn.

Het is fijn om zo bezig te zijn met de kwaliteit van leven van onze bewoners. Naast de verzorging probeer ik altijd tijd te maken voor een praatje en echte aandacht. Of ik leg even een troostende hand op iemands schouder. Zulke kleine dingen kunnen iemands dag mooi maken. Een glimlach op iemands gezicht, daar doe ik het voor. Verder vind ik het belangrijk om humor te gebruiken in mijn werk. Met een lach je werk doen, betekent veel voor mensen. Een bewoonster zegt altijd: 'Daar heb je die blije stem weer, zo word ik ook weer blij.' Dat is toch prachtig!"

Tekst: Annemarie van Dijk | Beeld: Merlijn Doomernik

Cookiegebruik

Ik accepteer Nee, liever niet