Verpleegkundige Yvonne: 'Dan weet je: dat kind gaat dood. Des duivels was ik'

Yvonne van Nieuwburg (47) is militair verpleegkundige. Ze werkt op de kazerne in Ermelo, en ging zes keer op missie onder meer naar Bosnië en Afghanistan. "Ik heb al veel gezien. Soms zat er geen voet meer aan. Die kreeg je in een plastic zakje mee."

Ze ziet zichzelf nog staan. Afghanistan, 2008. Melding van een ontplofte bermbom. Met een arts en een ziekenautochauffeur wachtte ze op de vliegstrip van de compound op de Black Hawk-helikopter met gewonden.

"Door de manier van vliegen wist ik al hoe ernstig de situatie was", zegt adjudant Yvonne van Nieuwburg, militair verpleegkundige. "Bij een stabiele patiënt is de deur dicht en zet de piloot de heli rustig neer. Zo niet, dan komt hij gejaagd over de bergkam, snel en laag, de deur staat al open, de flight nurse hangt half buiten. Wheels down — en dan ben je benieuwd wat er gaat komen."

Ze is energiek, open, hartelijk en direct – een ferme Zaandamse die is neergestreken op de Veluwe, in Ermelo. Zes missies heeft ze op haar naam staan, in Bosnië, Kosovo en Afghanistan. "Mijn werk begint bij betrokkenheid", zegt ze. "Ik ben begaan met mensen. En ja, als je dan ook nog houdt van avontuur, van het onbekende, van hectiek, dan ben je in een land als Afghanistan op je plaats."

Haast-haast-haast

Vóór een gewonde militair het hospitaal binnenkomt, wordt hij onderzocht op eventueel aanwezige munitie of wapens. Dan gaat hij naar de pre-op.

"Ik heb al veel gezien", zegt Van Nieuwburg. "Soms zat er geen voet meer aan. Die kreeg je in een plastic zakje mee. Ik heb een patiënt gehad bij wie hoofd en romp bijna gescheiden waren. Tijdens de vlucht was hij overleden. Als een patiënt bij ons naakt op de tafel ligt, is het haast-haast-haast. Het is niet een pre-op als in een civiel ziekenhuis, waar je lekker rustig een infuusnaaldje kunt inbrengen. Nee, je stelpt de bloeding van een kogel die via de rug door de schouder is gegaan."

'We maken de patiënt een beetje, soms echt een béétje, stabiel'

Een team van vier werkt volgens het abcde-protocol: treat first what kills first. "De arts let vooral op ademhaling. Ik houd de circulatie in de gaten: pijnstilling, infuusbeleid, zuurstofwaarde in het bloed, monitoring, zorgen dat de patiënt responsive blijft, dat soort dingen. Een schrijver noteert de medicatie als iemand roept: 'Tien milligram morfine!' De vierde pakt een naald, klem of katheter als het nodig is. We doen snel en accuraat wat we moeten doen, dat zijn onze skills and drills. We maken de patiënt een beetje, soms echt een béétje, stabiel zodat hij kan worden geopereerd."

Een enkele keer was de man op de tafel een (vermoedelijke) Taliban-strijder. “Dan is er continu bewaking bij. Voor mij maakt het geen verschil, maar toch: je hebt de militair en je hebt Yvonne. De militair in mij denkt: potverdorie, jij bent geen lieverdje, het liefst laat ik je buiten liggen. Maar Yvonne denkt: jij moet ook je zorg hebben. Je kunt zeggen dat Yvonne en de verpleegkundige samenvallen.”

Slangenbeet

Als militair verpleegkundige heeft ze extra modules om haar taak in een gevechtssituatie beter uit te voeren, zoals kennis van duikersziekte, labonderzoek van bloed en ontlasting te velde en het gereedmaken van een patiënt voor een luchttransport. Het zijn vaardigheden die een 'gewone' verpleegkundige in een streekziekenhuis niet hoeft te kennen. En die heeft ook niet de dilemma’s die een oorlog met zich meebrengt.

Van Nieuwburg: "In de tv-documentaire Kijken in de Ziel heb ik verteld over een melding van een Afghaanse vader met een baby’tje aan de hoofdpoort. Zijn kind was gebeten door een slang. Wij, de militaire arts en ik, bellen naar het hogere echelon: wat moeten we? Die vader kwam steeds dichter naar ons toe, met een blik vol doodsangst, maar we deinsden terug. Ik mocht dat kindje niet aanpakken, want dan geef je een handreiking. Uiteindelijk hoorden we: er zijn te weinig ampullen met antigif. Er is dan niet genoeg voor eigen personeel. We moesten hem terugsturen naar het ziekenhuis in Tarin Kowt. Maar ja, daar hebben ze die medicijnen zeker niet. Dan weet je: dat kind gaat dus dood. Des duivels was ik. Je komt terug in de barak en je geeft de pedaalemmer een rotschop. Hoe kan dit? Wat ís dit voor systeem?"

Zonnebril

Het laat haar nog altijd niet onberoerd. Ze doet haar werk nu in de luwte, op de Generaal Spoorkazerne in Ermelo. Eén dag in de week werkt ze in een civiel ziekenhuis, variërend van de spoedeisende hulp tot de kinderafdeling, om te zorgen dat ze 'verpleegkundige genoeg' blijft. Op de kazerne verzorgt ze als adjudant, de hoogste rang van onderofficieren, de opleiding en begeleiding van militaire verpleegkundigen. Wil ze ooit nog opnieuw op missie? Ze aarzelt. "Ik voel me nog jong genoeg. Achter een bureau zitten kan over tien jaar ook nog. Maar ik denk wel: laat nu de jongere garde maar een keertje gaan."

Ze geeft het onomwonden toe – de ervaringen van haar zes missies hebben toch ook een wissel getrokken. "Pas geleden was ik met mijn man op de Ginkelse heide. Daar werd een leuke show opgevoerd voor de mensen. Ik dacht: lekker een dagje uit. Er komt een Chinook (een transporthelikopter, red.) aanvliegen, ik voel de wind door m’n haren wapperen, ik ruik de kero... en voel de emotie vanuit m’n tenen omhoog komen. 'Ik wor' een beetje eumotioneul', zei ik. Mijn man sloeg een arm om me heen. Ik zette m’n zonnebril op. Echt, in mijn vak is het heel handig om een zonnebril bij je te hebben."

Tekst: Pieter Webeling | Beeld: Frank Ruiter

Cookiegebruik

Ik accepteer Nee, liever niet