Verpleegkundige Elke: ‘Ik regelde oppas, nam vrij en vertrok naar Lesbos’

Elke Jacobs (33) werkt als verpleegkundige voor Stichting Bootvluchteling. Ze bezocht vluchtelingenkampen op Lesbos en Samos. “Het was voor mij één grote schok.”

“In september 2015 spoelde er een jongetje aan op het strand van Bodrum in Turkije. Rood shirt, blauwe korte broek. Zijn naam was Aylan Kurdi. Hij kwam uit Syrië en werd maar drie jaar oud. Dat beeld – dat dode jongetje op zijn buik op het strand, zijn gezicht in het water – raakte me enorm. Toen ik het zag, wist ik: ik moet iets doen.

Ik nam contact op met de Stichting Bootvluchteling en in juni 2016 ben ik naar Lesbos gegaan als vrijwilliger; later kreeg ik voor een paar uur per week een contract. Ik regelde oppas voor mijn kinderen, nam vrij – ik werk als verpleegkundige in het Máxima Medisch Centrum in Veldhoven– en hield een inzameling. Met vijf verhuisdozen vol potloden, stickers, kleurboeken en kleren ben ik vertrokken.”

Geboren op de verkeerde plek

“De twee weken op Lesbos waren voor mij één grote schok. Deze mensen waren vol hoop vanuit oorlogsgebieden vertrokken, maar zaten nu in een kamp met slechte voorzieningen, zonder uitzicht op een beter leven. Het kamp was berekend op 3.100 vluchtelingen, maar er verbleven er veel meer – ik geloof dat het er nu bijna achtduizend zijn.

Overdag ging ik naar Silver Bay, een hotel waar de meest kwetsbare bootvluchtelingen verbleven en waar ik in een busje samen met een arts medische consulten hield. ’s Avonds en ’s nachts draaide ik diensten in het kamp. Mensen komen met allerlei problemen langs. Er breken weleens rellen uit, dan ben ik vooral wonden aan het behandelen. Maar er zijn natuurlijk ook gewoon mensen met chronische ziekten.

Ik herinner me een vrouw met drie kinderen, de jongste tien dagen oud. Ze waren net aangekomen en ze had één luier bij zich. De baby was uitgedroogd, maar ze wilde – omdat er ook mannen waren – geen borstvoeding geven in de grote tent waar de triage plaatsvond. Dan regel ik dat er voor haar een klein tentje wordt neergezet.

Op een avond werd er een meisje van een jaar of vijftien naar binnen gedragen. Ze was vreselijk aan het shaken, compleet van de wereld. Haar moeder, een neef en een broer stonden erbij te huilen, want zij dachten dat ze doodging. Ik heb haar bloeddruk en pols gecontroleerd, maar haar lijden was niet fysiek, maar psychisch. Ze had een paniekaanval. Je kunt op zo’n moment alleen maar monitoren en een arm om iemand heen slaan. De volgende dag ben ik met een arts nog even naar haar tentje gegaan.”

Gemengde gevoelens

“Met gemengde gevoelens zat ik na twee weken in het vliegtuig. Ik was blij dat ik mijn gezin snel weer in mijn armen zou kunnen sluiten, maar tegelijk wilde ik niet dat dit het laatste was dat ik voor de stichting had gedaan.

De reis naar Lesbos heeft mijn blik veranderd, als mens én als verpleegkundige. Ik waardeer de kleine dingen in het leven nu meer dan voorheen. En ik laat me niet meer opjagen. Voor iedere patiënt neem ik de tijd. Als er op Lesbos een rij stond van mensen die op een medisch consult wachtten, maakte ik die rij af, ongeacht de lengte.”

Missies op zee

“Na een tijdje zag ik een vacature van de stichting, voor een medisch coördinator. Diezelfde avond heb ik een brief geschreven. Ik dacht: ik word het toch nooit, ik ben maar een verpleegkundige. Maar ik werd het wel. De stichting had een schip, de Golfo Azzuro, dat moest worden ingericht en bevoorraad voor medische missies. Onderzoeksbanken, stapelbedden, medicatie, infuuszakken…

Met de Golfo Azzuro zijn vier missies uitgevoerd. Verpleegkundigen en artsen pikten mensen op uit de Middellandse Zee en brachten ze naar Italië. Toen het werk steeds gevaarlijker werd, zijn deze missies gestopt.

In maart 2017 ben ik naar Samos geweest – hier was net zo’n kamp als op Lesbos. Wat hebben artsen en verpleegkundigen nodig? Hoe kunnen we de consulten beter organiseren? Dit bezoek had een ander karakter dan mijn bezoek aan Lesbos. Ik had veel overleg met de vrijwilligers buiten het kamp. En toch, ook op Samos raakte het me als ik kindjes met een T-shirtje aan en op kapotte crocs zag rondrennen – het was maart, hè, het was gewoon koud.

Nu vind ik dat het tijd wordt weer naar Lesbos te vliegen en daar in het kamp als verpleegkundige actief te zijn. Dan weet ik weer beter wat er nodig is. En bovendien: de hulp is hard, héél hard nodig.”

Meer informatie: www.bootvluchteling.nl

Tekst: Helga van Kooten | Beeld: Roos Koole

Cookiegebruik

Ik accepteer Nee, liever niet